De klant is koning in de winkel van Floris
De functie van het winkeltje binnen de speltherapie is heel veelzijdig. De inrichting van de winkel kan symbool staan aan de innerlijke ordening in het kind. En het inrichten en ordenen van het winkeltje kan het kind helpen in het (oefenen met) ordenen van gedachten en emoties. Maar de winkel is ook een plek van de ontmoeting, een plek waar je relaties aangaat met mensen om je heen. Het kind voert regie over het spel, over de rollen. Wie is in zijn/ haar verhaal de winkelier? Wat heeft de winkelier allemaal en hoe toont deze zich naar de klant? En wie en hoe is de klant? (Bron: E. Groothoff- Spel in psychotherapie)
Floris (10) kiest keer op keer om winkeltje te spelen. Hij is de verkoper, de baas van de winkel. Floris geeft mij wisselend de rol van boef en klant.
Floris besteed aanvankelijk weinig aandacht aan de inrichting van zijn winkel. Als baas van de winkel is Floris zeer alert op mogelijk gevaar voor zijn winkel. Hij draagt dan ook standaard een wapen bij zich, om zijn winkel te beschermen. Maar hij is ook een hardwerkende winkelier, zo hard dat hij er soms moe van is en even een dutje moet doen. Floris uit kracht en macht als eigenaar van zijn winkel, hij maakt indruk. Als boef bij de winkel van Floris heb ik geen enkele kans. In het script van Floris vlucht de boef zonder buit of wordt hij dodelijk getroffen. Als klant in de winkel van Floris ben ik veilig en welkom. Meer dan welkom lijkt het. Floris zijn prijzen zijn zeer laag, hij is vrijgevig, regelmatig krijg ik producten gratis mee. En ik word zelfs uitgenodigd om even te gaan zitten; dan bereid winkelier Floris een maaltijd voor mij, legt mij heerlijk in de watten.
In zijn winkelspel communiceert Floris veel over zijn gedachten, zijn ervaringen, zijn emoties en zijn wensen. Bij Floris thuis was het niet altijd veilig. Er was sprake van geweld. Als ik de winkel symbool laat staan voor “zijn wereld” kan ik begrijpen dat er meer prioriteit bij de beveiliging ligt dan bij de inrichting. Als klant heeft winkelier Floris mij graag te vriend, als boef heb ik geen enkele kans tot toegang/ relatie. Ik ervaar twee uiterste relaties met Floris, twee uiterste uitgangspunten van waaruit Floris relaties (niet) aangaat “in zijn winkel”.
In het behandeltraject onderzoek ik met Floris wat er nodig is om de aandacht te kunnen verschuiven. Wat is er nodig om je weer veilig te voelen, hoe komen we tot meer ruimte bij Floris om aandacht te geven aan de “inrichting”?
Het winkelspel geeft mij de mogelijkheid om in de verhulling met Floris te communiceren. Ik start hierbij met Floris te erkennen. Erkennen voor wat hij meegemaakt heeft en voor zijn dapperheid. Van daaruit ontstaat steeds meer ruimte om Floris nieuwe ervaringen en inzichten op te laten doen. We oefenen met nieuwe scripts, nieuwe verhaallijnen en na verloop van tijd komt Floris zelf ook met het voorstel eens van rol te wisselen. Als hoofd-regisseur van het winkelspel blijkt Floris mij in mijn rol als winkelier opeens veel meer tekst te kunnen geven dan toen hij zelf deze rol speelde. Ik speel een winkelier die zijn emoties en gedachten woorden kan geven. Emoties en gedachten van Floris, die hier eindelijk taal krijgen.
Keer op keer kiest Floris, als hij bij mij komt, om “winkeltje” te spelen. Hij maakt hierin zijn eigen prachtige ontwikkeling, waar ik als therapeut trotse getuige en deelnemer van mag zijn. Langzaamaan verschuift het wapen naar een plek onder de toonbank, naar een plek in de kluis in het magazijn. Ervoor in de plaats komt er een telefoon in de winkel, waarmee we hulp in kunnen roepen. En er ontstaat ook ruimte om de winkel meer inrichting te gaan geven. Eerst samen, maar later is het winkelier Floris, die zelfstandig vormgeeft aan de inrichting van zijn winkel. Er schiet een gevoel van ontroering door mij heen als Floris in één van de laatste sessies, mij, als boef, wat geld toeschuift, met de woorden “voor je kinderen”.